Het ochtendritueel (Deel 4 Struikrover)

De volgende morgen werd Robbe stralend wakker, hij ging vrolijk fluitend naar beneden waar Shiro en Kuro reeds bezig waren aan het ontbijt.

‘Goeiemorgen’ riepen ze enthousiast vanuit de keuken. De tafel stond vol met heerlijk fruit, brood en koffiekoeken… ‘Wacht even Robbe’ riep Kuro ‘Voor je kan ontbijten moeten we eerst samen het vaste ochtendritueel van ‘Hotel De Herberg’ doen. Dat zorgt ervoor dat je de hele dag door een flow te pakken hebt!’

Robbe keek even verbaasd en antwoordde twijfelend ‘euh ochtendritueel….?’

‘Ja, ochtendritueel… inderdaad… vertrouw me Robbe, het wordt leuk, ik zal het je bewijzen!’ Kuro veranderde even in een denkbeeldige kater-dirigent en begon enthousiast de maat te slaan alsof hij door het beste orkest ter wereld was ingehuurd.

Robbe wist niet goed van waar het kwam, maar hij hoorde steeds luidere magische muziek aanzwellen, het leek wel alsof hij zelfs op de één of andere manier zelf de muziek werd… Bijna begon Robbe zelfs mee te dansen, zijn benen wilden het overnemen, maar hij kon zich net op tijd beheersen…

‘Ben je er klaar voor Robbe?’ vroeg Kuro

Robbe keek eens, en antwoordde aarzelend… ‘euh, ik denk het wel…’

‘Niet denken Robbe, gewoon doen en voélen!’ Ik zal het nog eens vragen, zei Kuro vrolijk dansend en dirigerend op de steeds luidere muziek,

‘BEN JE ER KLAAR VOOR? …’ en hij deed ter gelijker tijd een dansje dat er zo grappig uitzag dat Robbe spontaan nog vrolijker werd en al zijn weerstand overboord gooide.

‘Ok,’ lachtte Robbe, ‘ik ben er klaar voor!’

‘Fantastisch’ riep Kuro, ‘dan mag je kiezen tussen één van volgende woorden: Borstel of Bureaustoel.’

‘Hmmm ‘ zei Robbe twijfelend, niet wetend aan wat hij zich kon verwachten

‘Niet denken Robbe, kies voor je gevoel, zonder denken!’

‘Ok, borstel dan!’

En nog voor hij goed en wel het woord borstel had uitgesproken, kwam er een borstel naar hem toe zweven. De borstel stopte bij Robbe, deed een galante buiging en riep enthousiast:

‘Goedemorgen Robbe, u bent uitgenodigd voor een pré-ontbijt-skiborstelsessie, stap maar op als je er klaar voor bent… en euh vergeet vooral niet om je beste ski-houding aan te nemen: hou me onderaan de steel vast en zak licht door je knieën ! Als je klaar bent doe je maar teken!’

Robbe deed wat hem gevraagd werd, hij stapte op de borstel, zette zich schrap in ski-houding en deed teken dat hij er klaar voor was.

© Dina Vierendeel

Nog geen seconde later, begon de borstel in vliegende vaart het huis rond te vegen, met Robbe als skiënde metgezel. Op het ritme van de muziek en gierend van de pret kreeg Robbe een ski-borstel-rondleiding in het hotel en de tuin van Shiro en Kuro. Eens de rondleiding gedaan landde de borstel net voor de stoel van Robbe en kantelde een heel klein beetje waardoor Robbe als vanzelf klaar zat voor het ontbijt.

‘Begin maar te eten Robbe, zei Kuro met vrolijke pretoogjes’ Hij ging ondertussen de koffie halen terwijl Shiro aan kwam zetten met gebakken eieren.

‘Heerlijk’ zei Robbe en hij stortte zich als een hongerige wolf op het eten. Tijdens het eten begon hij spontaan te vertellen over zijn droom, over de prachtige natuur, over de wolken die dieren werden en de dieren die wolken werden, over de vreemde ontmoetingen met Zora en Stoffel pantoffel.

‘Kennen jullie trouwens de Géniko Bilabo’ vroeg Robbe plots…

De wat? keek Kuro verbaasd…

‘De Géniko Bilabo’, zei Robbe overtuigd

‘Zou het kunnen dat je de Ginkgo Biloba bedoelde?

‘Ja die’, zei Robbe, ‘die zal het geweest zijn…. Ken je die boom?’

‘Inderdaad’ zei Kuro heel wijs en plots veranderde hij van zwarte kater naar wijze meester Kuro:

Het is de oudste, nog levende boomsoort op aarde. Weet je trouwens hoe de vruchten van die boom genoemd worden?’ Vroeg Kuro.

‘Euh’… zei Robbe ‘Biloba’s?’

‘Neeeee’, zei ‘Kuro’, ‘Ze worden de zilveren abrikozen genoemd, omdat ze zo’n mooie zilveren gloed hebben en hun vorm op abrikozen lijkt. In China staat een Ginkgo die zelfs al meer dan drieduizend jaar oud is!’

‘Meer dan drieduizend jaar? Keek Robbe verbaasd… Is dat de oudste Ginkgo ter wereld?’

‘Ja’, zei Kuro ‘ik denk het wel’

‘Ik moet volgens Stoffel Pantoffel een zekere Ayana zoeken… en met haar naar die boom gaan.’ Zei Robbe

‘Ayana?’, antwoorden Shiro en Kuro samen ‘Ze is hier gisteren toevallig nog geweest! Ze is hier om het prachtige bos rond ons huis helemaal op te ruimen. Veel kans dat je haar hier in het bos zal vinden dus. Ayana is een heel gevoelige en vrolijke dame die reeds heel haar leven strijdt voor de natuur… wie ook maar durft om een flesje of een blikje op de grond te gooien krijgt het met haar aan de stok.’

‘Jammer genoeg heeft ze wel veel last van een oorwurm. Ken je dat?’

‘Ja’, zei Robbe, ‘Stoffel vertelde me dat het een liedje is dat steeds blijft terugkeren tot je er helemaal kierewiet van wordt.

De droom (Deel 3 Struikrover)

Toen Kuro terugkwam van de jacht, was Robbe reeds aan het genieten van de heerlijke thee. Kuro was een grote zwarte kater. Hij zag er fier en sterk uit, maar was tegelijk ook heel zorgzaam. Hij stelde zichzelf voor aan Robbe en heette hem welkom. Daarna nam hij de rugzak van Robbe in ontvangst, bracht die naar boven en zorgde hij ervoor dat de kamer van Robbe er perfect bij lag om de beloofde droom te kunnen garanderen.

Na de thee en koekjes was Robbe zo moe dat hij wou slapen. Hij wenste Shiro en Kuro een goede nacht en ging naar boven, legde zich in bed, mompelde nog even ‘thee en koekjes’ slaakte een diepe zucht en viel daarna als een blok in slaap…

… om dan vrijwel onmiddellijk in een andere wereld terecht te komen: het was er prachtig. Overal was er ongerepte natuur. Robbe wist niet waar eerst kijken… hij zag wondermooie bloemen, in de verte was een prachtig berglandschap te zien en toen hij naar de wolken begon te kijken viel z’n mond open… zoiets had hij werkelijk nog nooit gezien… want de wolken veranderden in dieren en de dieren veranderen in wolken.

Hij zag plots een eekhoorn voorbij sprinten tot aan een boom… en voor Robbe tot drie kon tellen zat de eekhoorn helemaal in de top… en sprong… om plots speels zwevend in een eekhoornwolk te veranderen..

Maar nog vreemder was dat die wolk een tel later een eekoornige draak werd… of was het een drakige eekhoorn… Robbe wist het niet goed…

Robbe bleef als aan de grond genageld kijken naar het vreemde wolkenspektakel. Tot de drakige eekhoornwolk plots in duikvlucht terug keerde naar de boom, er voorbij zweefde en… een échte drakige eekoorn werd!

Een drakige eekhoorn die recht naar hem vloog….

O O … … dacht Robbe

OW NOOOOOO Riep Robbe om daarna weg te duiken in het hoge gras net naast hem.

Zzzzzzzzzzzzzoef hoorde hij, de draak vloog rakelings langs zijn hoofd en landde naast Robbe in het gras.

Héla, Robbe, waarom verstop je jezelf voor mij? Vroeg een vriendelijke stem… Ik kom je helpen!

‘Jaja’, dacht Robbe bibberend van angst, ‘dat zal wel…’ en hij bleef zo stil als hij kon in het gras liggen…

De draak lachte en riep: ‘Robbe verman je en sta recht, ik kom je iets belangrijks vertellen!’

Robbe stak zijn hoofd even boven het gras uit, wou zich onmiddellijk opnieuw verstoppen, maar werd nog voor hij dat echt kon doen opgetild door de staart van de Drakige Eekhoorn….

Aaaah, LAAAT ME MET RUST, riep hij, IK WIL NOG NIET DOOOOOD !

Hahaha, lachte de drakige eekhoorn. Dood? Waarom zou je doodgaan van een doodgewone babbel? (om daarna een vette knipoog aan Robbe te geven… ‘woordspeling hé’ lachte ze met haar eigen mopje)

‘Maar goed, ik zal je niet te lang storen. Later krijgen we nog genoeg tijd om elkaar te ontmoeten. Ik ben Zora, en kom je gewoon zeggen – en als drakige eekhoorndraak kan ik dat niet genoeg benadrukken – dat het de komende tijd héél belangrijk is dat je op zoek gaat naar vuur…

Zora, gaf een dikke knipoog en gniffelde even nadat ze dat zei…

Robbe piepte gewoon even angstig en zei heel dunnetjes ‘Vuur?’

Jawel: “vuur”, versa me niet verkeerd hé Robbe, het is niet de bedoeling dat je huizen in brand gaat steken of bosbranden gaat veroorzaken. Daar help je écht niemand mee, meer zelfs, dan krijg je wél ruzie met mij… Dus dat niet… je moet gewoon op zoek gaan naar het vuur in jezelf.’

En om die laatste woorden kracht bij te zetten spuwde Zora een krachtige vuurwolk uit. Alleen was de wolk niet zomaar een wolk, het was een wolk die verdacht veel op Robbe leek en blij dansend door de lucht bewoog om daarna sissend en zingend over de bergen te verdwijnen…

Denk er maar eens over na, riep Zora en nog voor Robbe kon antwoorden verdween Zora zo rap als ze gekomen was.

Robbe was helemaal van z’n melk, begreep niet zo goed wat hem overkwam en wandelde dus nog wat rond… tot hij een prachtig blauw meer zag…

‘Hier ga ik even bekomen’ dacht Robbe. Hij ging zitten en hoorde niet veel later tot zijn eigen verbazing opnieuw de stem van Stoffel Pantoffel

‘En? … Al gevonden wat je zocht?’ vroeg hij opnieuw verveeld.

Wel euh, ik kwam net een drakige eekhoorn tegen…

‘Zora?’ Lachte Stoffel! ‘Blij dat ze je al gevonden heeft! En? Hoe was de ontmoeting?’

Euh vreemd… ik heb namelijk nog nooit een drakige eekhoornige draak ontmoet…

‘Ah is dat zo?’ Zei Stoffel ‘Je hoeft niet bang te zijn hoor, Zora is gewoon heel passioneel en houdt al eens van wat vuurwerk en spektakel… maar ze heeft een gouden hart en helpt graag mensen die op zoek zijn naar iets, naar alles en naar niets!

‘Heb je trouwens al iets gevonden onderweg’?

‘Ja, zei Robbe enthousiast, gisteren heb ik de heerlijkste thee ter wereld gevonden, met koekjes … en chocolade’

’t is een begin, zei Stoffel weinig enthousiast ‘Maar van alleen thee en koekjes kan je niet leven, blijf zoeken!’ ‘Misschien moet je op zoek gaan naar Ayana, ze heeft hulp nodig! Ze heeft heel veel last van steeds weerkerende – maar héél vervelende – melodietjes in haar hoofd. Zo vervelend dat ze er op sommige momenten helemaal tureluurs van wordt.

Naar het schijnt kan de kroepoek ook haar op weg helpen, maar om haar daarna ook echt blij te maken moet ze eerst de weg vinden naar meester Kong.

Kong is een heel oude en wijze papegaai die woont aan de oudste Ginkgo Biloba ter wereld’

(‘En, voor ik het vergeet: je mag slechts één kroepoek per dag eten, hoe lekker ze ook zijn’!)

© verhaal De Keyser Hans

Thee en een koekje… (Deel 2 Struikrover)

© Dina Vierendeel

De volgende ochtend vertrok Struikrover, hij ging op zoek naar alles en niets. Dagen aan een stuk bleef hij wandelen en dwalen, en elke dag vroeg hij zich af waar hij in godsnaam naartoe ging.

‘Ik ben al zoveel dagen onderweg en weet nog steeds niet wat ik wil…’ zei hij tegen zichzelf

‘Misschien moet ik toch zo één kroepoek eten, ééntje maar, wie weet heeft Stoffel wel gelijk’ Struikrover rommelde in zijn rugzak. Hij nam één kroepoek uit de doos en beet er wantrouwig een heel klein stukje af…

‘Hmm… helemaal zo slecht nog niet’ dacht hij, ‘het smaakt naar warme thee met honing…’

Dus daarna stak hij de rest van de kroepoek in zijn mond en at die volledig op… ‘mmm en blijkbaar smaakt het ook naar koekjes met chocolade… smekte hij, ‘vreemd…’

Plots, als bij toverslag, kwam er een specht op de Struikrover zijn schouder zitten en tikte drie keer op zijn hoofd. Daarna vloog de specht onmiddellijk weer weg, nog voor Struikrover er ook maar aan kon denken om kwaad te worden was de vogel alweer verdwenen…

En eigenlijk werd struikrover helemaal niet kwaad. Want hij zag plots waar hij die thee met koekjes kon vinden: In een warme en gezellige herberg op ongeveer een dag wandelen van hier… Hij zag zichzelf al zitten, slurpend aan een tas groene thee…

‘Een grote tas thee! Met héél veel honing.’ droomde hij

‘En een koekje.’ Riep hij uit

‘M E T CHOCOLADE.’ Jubelde hij… En voor hij het wist deed hij een spontaan vreugdedansje. Het water liep hem in de mond. Hij bleef de hele dag aan hetzelfde denken: Thee en een koekje. Bij iedere stap galmde het door zijn hoofd: thee … en een koekje… thee… en een koekje… thee… en een koekje… De hele dag lang telde hij zo zijn stappen. Hij wist nog niet waar hij het moest zoeken, maar hij wist wel dat hij het ging vinden.

Heel af en toe kwam hij iemand tegen en vroeg hij de weg naar de herberg van zijn droom. Een herberg? Niemand van de voorbijgangers kende een herberg in de buurt. Tot hij, bij zonsondergang, een lieve oude vrouw tegenkwam.

‘Een herberg?’ reageerde ze? … ‘Nee, geen idee’, maar misschien moet je proberen in hotel ‘De herberg’? Als je hier links afslaat en het pad volgt tot aan de rand van het bos kom je er vanzelf op uit.

‘Hebben ze daar ook thee met koekjes?’ vroeg Struikrover

‘Ja’, zei de vrouw, ‘thee met véél honing… en koekjes met heerlijke chocolade.’

Struikrover bedankte de vrouw en wandelde onmiddellijk richting de rand van het bos. ‘Thee en een koekje… thee en een koekje… thee en een koekje’ bleef het galmen in zijn hoofd, tot hij helemaal op het einde van de wegel plots een klein en gezellig huisje zag met een bordje ervoor:

Op het bordje stond: Hotel ‘Dé herberg’

En in kleine letters eronder stond

‘Thee met véél honing en koekjes met chocolade te verkrijgen’

En naast dat bordje stond een ander bordje:

Prachtige dromen gegarandeerd voor wie hier logeert!

‘Hmm…’ da’s wel toevallig, dacht Struikrover.

Hij klopte aan.

‘Pieeeep’: De deur ging piepend en knarsend open, maar Struikrover zag niemand.

‘Hallo – o? Zei hij eerst schoorvoetend en stil

‘Hallo – ooooo’ riep hij daarna.

Tot hij plots ergens van boven op de trap iemand hoorde antwoorden.

‘Kan ik helpen?’ vroeg een lieve stem

‘Weleuh ja’ zei Struikrover, ik zoek een slaapplaats voor deze nacht…, kan ik hier overnachten?’

‘Tuurlijk’ zei de stem ‘op één voorwaarde: Hou je van thee met véél honing en koekjes?’

‘Ik vind het heerlijk! Zei Struikrover, vooral groene thee, ik loop er al de hele dag aan te denken.

‘Fantastisch’, ‘dan moet jij Robbe zijn’

Struikrover keek verbaasd, het was al zo lang geleden dat iemand zijn naam noemde, dat hij die bijna zelf vergeten was… aarzelend antwoordde hij ‘Robbe… ja, dat ben ik…’ en hij voelde zich plots terug tien jaar, want sinds zijn tiende werd hij Struikrover genoemd, en vergat iedereen zijn echte naam.

We verwachten je al de hele dag! Kom binnen!

Ik ben Shiro, Kuro is nog even in de tuin, op muizenjacht!

Shiro kwam voor hem staan… en plots viel Struikrovers’ mond open van verbazing, want tot dan had hij Shiro nog niet gezien, enkel gehoord… hij dacht de hele tijd dat hij met een vrouw aan het praten was…

Maar het was een kat! Een prachtige witte kat, die gracieus naar hem toekwam. Ze kwam tot bij Robbe gaf hem een kopje en liep daarna vleiend langs zijn been met haar staart in de lucht…

‘Je bent een kat?’, zei Robbe, … en je weet mijn naam? En jullie verwachtten mij? Ik wist deze ochtend zelf nog niet dat ik naar hier ging komen’

‘Zo gaat dat hier steeds’ zei Shiro, mensen met vergeten namen vinden hier altijd wat ze zoeken, ook al wisten ze niet dat ze net dat aan het zoeken waren!

Vreemd’, zei hij, ‘hoe doen jullie dat?’ … Shiro keek even schalks naar Robbe en zei toen: sommige dingen gebeuren gewoon, en als je die laat gebeuren, dan zal je steeds meer van die kleine wondertjes tegenkomen… Ze draaide zich om en wenkte Robbe. Hij volgde, ze deed teken dat hij zijn rugzak aan de trap mocht zetten en zei: ‘mijn man ‘Kuro’ zal die straks voor jou naar boven brengen.’ Nog voor Robbe de kans kreeg om zijn rugzak weg te zetten, was Shiro alweer verdwenen richting de living.

Robbe? Waar blijf je? Kom maar naar onze living, ik heb het hier gezellig gemaakt voor jou. ‘Zet je gerust in de zetel, je favoriete krant ligt klaar’. Ik maak ondertussen thee voor jou!

Robbe zag inderdaad zijn favoriete krant liggen, ook de koekjes stonden reeds klaar. Hij ging languit in de zetel zitten en nam onmiddellijk het sportkatern eruit.

Shiro ging ondertussen naar de keuken en maakte daar de heerlijkste thee, met zoals beloofd vééél honing en één druppeltje droomelexir… maar dat was natuurlijk meer dan voldoende om een fantastische droom te garanderen!

© verhaal De Keyser Hans

Struikrover op zoek naar alles en niets (Deel 1)

Het was een druilerige maandagochtend. Struikrover zat bij zijn favoriete struik te wachten op voorbijgangers die in geen velden of wegen te bespeuren waren, hij gaf het op. Telkens weer die vervelende mensen beroven, altijd weer dat geklaag en gezaag dat ze ooook niet veel geld hadden en er hard voor moesten werken…

© Dina Vierendeel

Net alsof hij niet heel de dag moest werken om zijn boterham te verdienen: zijn beroep was niet makkelijk! Je moest je haar lang laten worden, je baard laten groeien, een struikenplan tekenen en het ergste van al: dat struikenplan moest ook iedere keer opnieuw aangepast worden. Want geen struikenweek was hetzelfde, iedere keer opnieuw wijzigden die verdomde mensen hun routes … god weet waarom ze dat deden.

‘Ik kan het niet meer…’

‘Ik ben het kwijt… ‘

‘Wat moet ik nu in de plaats doen? En wat gaan de andere struikrovers wel denken?’

Kop in kas en mopperend tegen zichzelf wandelde hij door het bos, steeds weer dezelfde gedachten bleven malen door zijn hoofd. Tot hij aan de rand van het bos kwam. Daar lag een vijver waar hij in gouden rooftijden al eens ging zwemmen, dat was alweer een hele tijd geleden …

‘Even afkoelen zal me deugd doen’ dacht de struikrover… hij wandelde richting de vijver, deed zijn schoenen uit, stroopte zijn net geroofde nieuwe broek op tot aan zijn knieën en ging met zijn voeten in het water …

‘HéLA’…

hoorde hij plots iemand brommen,

‘MAAK DAT JE HIER WEGKOMT’

Zei dezelfde stem nog dreigender.

Struikrover keek op en zocht waar de stem vandaan kwam.

‘Hier, Hie – ier ben ik.’ Zei de stem verveeld.

‘Waar?’ vroeg de struikrover, ‘ik hoor je wel, maar zie niemand’.

‘Hier in het water, je kan me niet zien, maar ik ben er wel. Ik ben een pantoffeldiertje, Stoffel is de naam, Stoffel Pantoffel! Ik ben een held, als ik zo bescheiden mag zijn… maar dit terzijde, zou je nu, direct en onmiddellijk je voeten uit mijn water willen halen? Het is iedere keer hetzelfde met jou, als jij naar hier komt, stormt het om de één of andere reden in onze vijver.’

Struikrover mompelde enkele binnensmondse excuses en deed zijn voeten uit het water. ‘Beter zo?

Vroeg hij aarzelend.

‘Mja… eindelijk weer wat rust. Wat kom je hier ei – gen – lijk doen?’, vroeg Stoffel

Struikrover aarzelde even – aangezien hij zijn zorgen normaal niet deelde met wildvreemde pantoffeldiertjes – maar vertelde toen toch waarom hij daar zat.

‘Eigenlijk ben ik ongelukkig, ik wil stoppen met mijn job, ik mis iets en weet niet wat… ik wil hier weg denk ik…’

‘Dat is toch eenvoudig op te lossen, riep Stoffel, alsof hij dokter Stoffel Pantoffel in hoogsteigen persoon geworden was:

’Ga gewoon op zoek naar wat je mist!’

Stoffel keek alsof hij daarmee alles opgelost had (al zag struikrover dat niet)

‘Op zoek gaan? Naar wat?

‘Naar alles en niets natuurlijk! Blijf hier alleszins niet hangen aan mijn vijver, jouw vijvergezit geeft mij alleen maar storm… en jou lijkt het ook niet echt te helpen…’

‘Maar dat is het juist’ riep Struikrover geïrriteerd! Natuurlijk wil ik op zoek gaan, maar waar moet je zoeken als je zelfs niet weet wat je zoekt?’

Stoffel draaide met zijn ogen en bromde:

‘Heel eenvoudig: volg het paadje langs de vijver. Achter de derde eik, ligt een doos met Kroepoek in, telkens als je dat ‘ik-weet-het-allemaal-niet-goed meer’-gevoel hebt, neem jé één kroepoek!

Struikrover begon te protesteren, ‘KROEPOEK’, riep hij, ‘IK HAAT KROEPOEK’, die mislukte chips met garnalensmaak, eiiikkkkkkkkkessss… geef mij maar de doodgewone zoutchips.

Stoffel Pantoffel draaide met zijn ogen… ‘dan moet je het zelf maar weten, mocht je je bedenken: je weet ze liggen. En nu wil ik terug rust, dus maak dat je hier wegkomt!’

In vroegere tijden zou die laatste opmerking niet in goede aarde gevallen zijn bij Struikrover, maar nu haalde hij zijn schouders op en slofte hij weg … ondanks zijn kroepoek-afkeer ging hij toch eens kijken bij de derde eik, daar lag inderdaad een hele doos vol kroepoek… (wordt vervolgd)

© verhaal De Keyser Hans