Thee en een koekje… (Deel 2 Struikrover)

© Dina Vierendeel

De volgende ochtend vertrok Struikrover, hij ging op zoek naar alles en niets. Dagen aan een stuk bleef hij wandelen en dwalen, en elke dag vroeg hij zich af waar hij in godsnaam naartoe ging.

‘Ik ben al zoveel dagen onderweg en weet nog steeds niet wat ik wil…’ zei hij tegen zichzelf

‘Misschien moet ik toch zo één kroepoek eten, ééntje maar, wie weet heeft Stoffel wel gelijk’ Struikrover rommelde in zijn rugzak. Hij nam één kroepoek uit de doos en beet er wantrouwig een heel klein stukje af…

‘Hmm… helemaal zo slecht nog niet’ dacht hij, ‘het smaakt naar warme thee met honing…’

Dus daarna stak hij de rest van de kroepoek in zijn mond en at die volledig op… ‘mmm en blijkbaar smaakt het ook naar koekjes met chocolade… smekte hij, ‘vreemd…’

Plots, als bij toverslag, kwam er een specht op de Struikrover zijn schouder zitten en tikte drie keer op zijn hoofd. Daarna vloog de specht onmiddellijk weer weg, nog voor Struikrover er ook maar aan kon denken om kwaad te worden was de vogel alweer verdwenen…

En eigenlijk werd struikrover helemaal niet kwaad. Want hij zag plots waar hij die thee met koekjes kon vinden: In een warme en gezellige herberg op ongeveer een dag wandelen van hier… Hij zag zichzelf al zitten, slurpend aan een tas groene thee…

‘Een grote tas thee! Met héél veel honing.’ droomde hij

‘En een koekje.’ Riep hij uit

‘M E T CHOCOLADE.’ Jubelde hij… En voor hij het wist deed hij een spontaan vreugdedansje. Het water liep hem in de mond. Hij bleef de hele dag aan hetzelfde denken: Thee en een koekje. Bij iedere stap galmde het door zijn hoofd: thee … en een koekje… thee… en een koekje… thee… en een koekje… De hele dag lang telde hij zo zijn stappen. Hij wist nog niet waar hij het moest zoeken, maar hij wist wel dat hij het ging vinden.

Heel af en toe kwam hij iemand tegen en vroeg hij de weg naar de herberg van zijn droom. Een herberg? Niemand van de voorbijgangers kende een herberg in de buurt. Tot hij, bij zonsondergang, een lieve oude vrouw tegenkwam.

‘Een herberg?’ reageerde ze? … ‘Nee, geen idee’, maar misschien moet je proberen in hotel ‘De herberg’? Als je hier links afslaat en het pad volgt tot aan de rand van het bos kom je er vanzelf op uit.

‘Hebben ze daar ook thee met koekjes?’ vroeg Struikrover

‘Ja’, zei de vrouw, ‘thee met véél honing… en koekjes met heerlijke chocolade.’

Struikrover bedankte de vrouw en wandelde onmiddellijk richting de rand van het bos. ‘Thee en een koekje… thee en een koekje… thee en een koekje’ bleef het galmen in zijn hoofd, tot hij helemaal op het einde van de wegel plots een klein en gezellig huisje zag met een bordje ervoor:

Op het bordje stond: Hotel ‘Dé herberg’

En in kleine letters eronder stond

‘Thee met véél honing en koekjes met chocolade te verkrijgen’

En naast dat bordje stond een ander bordje:

Prachtige dromen gegarandeerd voor wie hier logeert!

‘Hmm…’ da’s wel toevallig, dacht Struikrover.

Hij klopte aan.

‘Pieeeep’: De deur ging piepend en knarsend open, maar Struikrover zag niemand.

‘Hallo – o? Zei hij eerst schoorvoetend en stil

‘Hallo – ooooo’ riep hij daarna.

Tot hij plots ergens van boven op de trap iemand hoorde antwoorden.

‘Kan ik helpen?’ vroeg een lieve stem

‘Weleuh ja’ zei Struikrover, ik zoek een slaapplaats voor deze nacht…, kan ik hier overnachten?’

‘Tuurlijk’ zei de stem ‘op één voorwaarde: Hou je van thee met véél honing en koekjes?’

‘Ik vind het heerlijk! Zei Struikrover, vooral groene thee, ik loop er al de hele dag aan te denken.

‘Fantastisch’, ‘dan moet jij Robbe zijn’

Struikrover keek verbaasd, het was al zo lang geleden dat iemand zijn naam noemde, dat hij die bijna zelf vergeten was… aarzelend antwoordde hij ‘Robbe… ja, dat ben ik…’ en hij voelde zich plots terug tien jaar, want sinds zijn tiende werd hij Struikrover genoemd, en vergat iedereen zijn echte naam.

We verwachten je al de hele dag! Kom binnen!

Ik ben Shiro, Kuro is nog even in de tuin, op muizenjacht!

Shiro kwam voor hem staan… en plots viel Struikrovers’ mond open van verbazing, want tot dan had hij Shiro nog niet gezien, enkel gehoord… hij dacht de hele tijd dat hij met een vrouw aan het praten was…

Maar het was een kat! Een prachtige witte kat, die gracieus naar hem toekwam. Ze kwam tot bij Robbe gaf hem een kopje en liep daarna vleiend langs zijn been met haar staart in de lucht…

‘Je bent een kat?’, zei Robbe, … en je weet mijn naam? En jullie verwachtten mij? Ik wist deze ochtend zelf nog niet dat ik naar hier ging komen’

‘Zo gaat dat hier steeds’ zei Shiro, mensen met vergeten namen vinden hier altijd wat ze zoeken, ook al wisten ze niet dat ze net dat aan het zoeken waren!

Vreemd’, zei hij, ‘hoe doen jullie dat?’ … Shiro keek even schalks naar Robbe en zei toen: sommige dingen gebeuren gewoon, en als je die laat gebeuren, dan zal je steeds meer van die kleine wondertjes tegenkomen… Ze draaide zich om en wenkte Robbe. Hij volgde, ze deed teken dat hij zijn rugzak aan de trap mocht zetten en zei: ‘mijn man ‘Kuro’ zal die straks voor jou naar boven brengen.’ Nog voor Robbe de kans kreeg om zijn rugzak weg te zetten, was Shiro alweer verdwenen richting de living.

Robbe? Waar blijf je? Kom maar naar onze living, ik heb het hier gezellig gemaakt voor jou. ‘Zet je gerust in de zetel, je favoriete krant ligt klaar’. Ik maak ondertussen thee voor jou!

Robbe zag inderdaad zijn favoriete krant liggen, ook de koekjes stonden reeds klaar. Hij ging languit in de zetel zitten en nam onmiddellijk het sportkatern eruit.

Shiro ging ondertussen naar de keuken en maakte daar de heerlijkste thee, met zoals beloofd vééél honing en één druppeltje droomelexir… maar dat was natuurlijk meer dan voldoende om een fantastische droom te garanderen!

© verhaal De Keyser Hans

Struikrover op zoek naar alles en niets (Deel 1)

Het was een druilerige maandagochtend. Struikrover zat bij zijn favoriete struik te wachten op voorbijgangers die in geen velden of wegen te bespeuren waren, hij gaf het op. Telkens weer die vervelende mensen beroven, altijd weer dat geklaag en gezaag dat ze ooook niet veel geld hadden en er hard voor moesten werken…

© Dina Vierendeel

Net alsof hij niet heel de dag moest werken om zijn boterham te verdienen: zijn beroep was niet makkelijk! Je moest je haar lang laten worden, je baard laten groeien, een struikenplan tekenen en het ergste van al: dat struikenplan moest ook iedere keer opnieuw aangepast worden. Want geen struikenweek was hetzelfde, iedere keer opnieuw wijzigden die verdomde mensen hun routes … god weet waarom ze dat deden.

‘Ik kan het niet meer…’

‘Ik ben het kwijt… ‘

‘Wat moet ik nu in de plaats doen? En wat gaan de andere struikrovers wel denken?’

Kop in kas en mopperend tegen zichzelf wandelde hij door het bos, steeds weer dezelfde gedachten bleven malen door zijn hoofd. Tot hij aan de rand van het bos kwam. Daar lag een vijver waar hij in gouden rooftijden al eens ging zwemmen, dat was alweer een hele tijd geleden …

‘Even afkoelen zal me deugd doen’ dacht de struikrover… hij wandelde richting de vijver, deed zijn schoenen uit, stroopte zijn net geroofde nieuwe broek op tot aan zijn knieën en ging met zijn voeten in het water …

‘HéLA’…

hoorde hij plots iemand brommen,

‘MAAK DAT JE HIER WEGKOMT’

Zei dezelfde stem nog dreigender.

Struikrover keek op en zocht waar de stem vandaan kwam.

‘Hier, Hie – ier ben ik.’ Zei de stem verveeld.

‘Waar?’ vroeg de struikrover, ‘ik hoor je wel, maar zie niemand’.

‘Hier in het water, je kan me niet zien, maar ik ben er wel. Ik ben een pantoffeldiertje, Stoffel is de naam, Stoffel Pantoffel! Ik ben een held, als ik zo bescheiden mag zijn… maar dit terzijde, zou je nu, direct en onmiddellijk je voeten uit mijn water willen halen? Het is iedere keer hetzelfde met jou, als jij naar hier komt, stormt het om de één of andere reden in onze vijver.’

Struikrover mompelde enkele binnensmondse excuses en deed zijn voeten uit het water. ‘Beter zo?

Vroeg hij aarzelend.

‘Mja… eindelijk weer wat rust. Wat kom je hier ei – gen – lijk doen?’, vroeg Stoffel

Struikrover aarzelde even – aangezien hij zijn zorgen normaal niet deelde met wildvreemde pantoffeldiertjes – maar vertelde toen toch waarom hij daar zat.

‘Eigenlijk ben ik ongelukkig, ik wil stoppen met mijn job, ik mis iets en weet niet wat… ik wil hier weg denk ik…’

‘Dat is toch eenvoudig op te lossen, riep Stoffel, alsof hij dokter Stoffel Pantoffel in hoogsteigen persoon geworden was:

’Ga gewoon op zoek naar wat je mist!’

Stoffel keek alsof hij daarmee alles opgelost had (al zag struikrover dat niet)

‘Op zoek gaan? Naar wat?

‘Naar alles en niets natuurlijk! Blijf hier alleszins niet hangen aan mijn vijver, jouw vijvergezit geeft mij alleen maar storm… en jou lijkt het ook niet echt te helpen…’

‘Maar dat is het juist’ riep Struikrover geïrriteerd! Natuurlijk wil ik op zoek gaan, maar waar moet je zoeken als je zelfs niet weet wat je zoekt?’

Stoffel draaide met zijn ogen en bromde:

‘Heel eenvoudig: volg het paadje langs de vijver. Achter de derde eik, ligt een doos met Kroepoek in, telkens als je dat ‘ik-weet-het-allemaal-niet-goed meer’-gevoel hebt, neem jé één kroepoek!

Struikrover begon te protesteren, ‘KROEPOEK’, riep hij, ‘IK HAAT KROEPOEK’, die mislukte chips met garnalensmaak, eiiikkkkkkkkkessss… geef mij maar de doodgewone zoutchips.

Stoffel Pantoffel draaide met zijn ogen… ‘dan moet je het zelf maar weten, mocht je je bedenken: je weet ze liggen. En nu wil ik terug rust, dus maak dat je hier wegkomt!’

In vroegere tijden zou die laatste opmerking niet in goede aarde gevallen zijn bij Struikrover, maar nu haalde hij zijn schouders op en slofte hij weg … ondanks zijn kroepoek-afkeer ging hij toch eens kijken bij de derde eik, daar lag inderdaad een hele doos vol kroepoek… (wordt vervolgd)

© verhaal De Keyser Hans